Drie jaar geleden begon mijn vrouw over planten in de badkamer. Ik was sceptisch. Onze badkamer heeft één raampje van 40 bij 60 centimeter, matglas, op het noorden. De douche draait dagelijks met drie tieners in huis. Vochtigheid na een ochtendspits: rond de 85 procent volgens de hygrometer die ik ooit kocht voor de kruipruimte.
Maar goed. Ze wilde groen. Dus gingen we experimenteren. En met experimenteren bedoel ik: planten kopen, ze in de badkamer zetten, en kijken welke na twee maanden nog leefden. Spoiler: de helft niet.
Wat maakt een badkamer zo lastig voor planten
Veel mensen denken: vocht is goed voor planten. Klopt deels. Tropische planten houden van vochtige lucht. Maar er zijn twee valkuilen waar ik tegenaan liep.
Ten eerste: weinig licht. Ons raampje laat misschien 200 lux binnen op een bewolkte dag. Dat is niks. Een gemiddelde woonkamer haalt 300-500 lux. De meeste kamerplanten willen minimaal 500. En dan heb ik het nog niet over direct zonlicht, want dat kennen wij in die badkamer niet.
Ten tweede: temperatuurschommelingen. ‘s Ochtends knalt de temperatuur omhoog door het hete water. ‘s Nachts zakt het naar 14 graden als niemand de verwarming aanzet. Niet elke plant kan daarmee omgaan.
En dan de luchtvochtigheid. Ja, veel vocht. Maar ook periodes van droogte als we een weekend weg zijn. Die wisselingen zijn funest voor sommige soorten.
Planten die het bij ons wél redden
Na drie jaar trial and error staat er nu een selectie die gewoon blijft leven. Geen spectaculaire groeiers, maar ze gaan niet dood. Dat is de lat.
- Aspidistra – De ijzerplant. Staat in de hoek naast de wastafel waar vrijwel geen daglicht komt. Al twee jaar. Groeit langzaam, maar groeit. Ik vergeet hem soms wekenlang water te geven. Maakt niet uit.
- Sansevieria – De vrouwentong. Staat op een plankje boven de radiator. Dat lijkt me niet ideaal qua warmte, maar hij doet het prima. Eén keer per twee weken water, eerder minder dan meer.
- Epipremnum – Pothos of klimop voor de kenners. Hangt in een macramé-ding van mijn dochter. Groeit als een gek ondanks het gebrek aan licht. De bladeren worden wel kleiner dan bij een exemplaar in de woonkamer, maar hij leeft.
- Zamioculcas – De ZZ-plant. Staat er nu anderhalf jaar. Heeft volgens mij nog nooit een nieuw blad gemaakt, maar de bestaande blijven groen en stevig.
Wat deze planten gemeen hebben: ze komen oorspronkelijk uit ondergroei van tropische bossen. Weinig direct licht, wel vochtige lucht. Perfect voor een donkere Nederlandse badkamer.

Planten die gegarandeerd doodgingen
Nu het pijnlijke deel. De lijken.
Een varen was mijn eerste poging. Logisch toch? Varens groeien in vochtige bossen. Ik zette een mooie krulvaren op de vensterbank. Na zes weken: bruine randen. Na tien weken: kaal. Blijkbaar willen varens wél vocht, maar ook consistent licht. En geen koude tocht vanuit het kiepraam. Dat had ik anders moeten weten, maar ik was overtuigd dat varens overal konden.
Daarna een calathea. Prachtige getekende bladeren. Drie weken later: bruine punten. Vijf weken later: dramatisch omgekruld blad. Calathea’s zijn diva’s. Ze willen vochtige lucht, maar geen natte voeten. Ze willen licht, maar geen direct zonlicht. Ze willen warmte, maar geen temperatuurschommelingen. Onze badkamer scoorde op precies nul van die punten goed.
Ook geprobeerd: een orchidee. Cadeau gekregen. Dacht: badkamer lijkt op een kas, toch? Nee. De bloemen vielen na twee weken af. De bladeren werden slap. Orchideeën willen véél meer licht dan je denkt. En onze 200 lux was een belediging.
Een vetplant ging ook mis. Vetplanten houden van droogte. Onze 85 procent luchtvochtigheid was het tegenovergestelde. De wortels gingen rotten binnen een maand.
Waar je ze het beste kunt zetten
Positie maakt uit. Onze douche staat rechts in de hoek, daar zit de vochtigheid het ergst. Direct naast de douche overleeft bijna niks, zelfs de sterke soorten krijgen schimmel op de potgrond.
Wat wel werkt:
- Op een plankje minstens anderhalve meter van de douchestraal
- Op de vensterbank als je die hebt, ook al is het matglas
- Hangend, zodat ze niet in een plas condens staan
Ik heb ook ontdekt dat ventilatie cruciaal is. Na het douchen draait bij ons de afzuiging een uur op stand 2. Dat haalt de piek eruit. Planten die constant in verzadigde lucht staan, krijgen schimmel. De potgrond wordt een moeras.

Potgrond en potten: wat ik heb geleerd
Gewone potgrond werkt niet goed in een vochtige badkamer. Te compact, houdt te veel water vast. Na een paar maanden stinkt het.
Wat beter werkt: een mix met veel perliet of hydrokorrels. Dat draineert sneller. Ik gebruik nu bij alle badkamerplanten een laagje hydrokorrels onderin de pot, dan potgrond gemengd met perliet erboven. Kost een paar euro extra, scheelt een hoop ellende.
Potten zonder afvoergat zijn uit den boze. Klinkt logisch, maar ik had eerst een paar van die decoratieve potjes zonder gat. Water bleef onderin staan. Wortels gingen rotten. Nu alleen nog potten met drainage, op een schoteltje. Het schoteltje leeg ik na het gieten. Dat vergat ik in het begin regelmatig. De sansevieria overleefde het, de calathea niet.
Kunstplanten: een eerlijk alternatief
Mijn buurman heeft kunstplanten in zijn badkamer. Ik lachte hem eerst uit. Inmiddels snap ik het wel. Als je badkamer echt geen daglicht heeft, nul, dan is een echte plant een verloren zaak. Zelfs een aspidistra heeft íets van licht nodig.
Moderne kunstplanten zien er beter uit dan tien jaar geleden. Geen glimmend plastic meer, maar matte bladeren die redelijk overtuigend zijn. In een hoek waar nooit licht komt, merkt niemand het verschil. En je hoeft ze alleen af en toe af te stoffen.
Ik heb er zelf geen, maar ik veroordeel het niet meer. Soms is praktisch gewoon praktisch.
Wat ik nu anders zou doen
Als ik opnieuw zou beginnen, zou ik met één plant starten. Kijken hoe die het doet na drie maanden. Niet meteen vier soorten kopen en hopen dat er eentje overleeft.
Ook zou ik eerder een hygrometer ophangen. Kost tien euro, geeft je een idee van wat je plant te verduren krijgt. Onze badkamer bleek veel vochtiger dan ik dacht. Dat verklaarde waarom sommige planten het niet redden.
En ik zou accepteren dat badkamerplanten langzamer groeien. Weinig licht betekent weinig fotosynthese. De epipremnum in de woonkamer maakt elke maand nieuwe bladeren. Die in de badkamer misschien eens per kwartaal. Niet erg, als je het maar weet.
Drie jaar verder staat er nu groen in onze badkamer. Niet veel, maar genoeg. Een aspidistra in de hoek, een pothos die langs de spiegel klimt, een sansevieria op de radiator. Ze leven. Meer had ik niet verwacht.






