Vorig najaar viel het me op dat mijn hostas er in september slechter bij stonden dan in augustus. Vreemd, dacht ik, want de ergste hitte was voorbij. Toen ik op een regenachtige avond met een zaklamp de tuin in ging, zag ik het probleem: tientallen slakken die zich tegoed deden aan bladeren die ik de hele zomer had beschermd. Een vriendin die al jaren een moestuin heeft, bevestigde het. September en oktober zijn voor slakken absolute feestmaanden.
Het natte, zachte weer dat wij in Nederland steeds vaker krijgen in het najaar, is voor slakken ideaal. Ze houden van vocht, ze houden van milde temperaturen, en ze hebben na de zomer honger. Wat je kunt doen zonder gif te gebruiken, blijkt meer dan je denkt. Maar sommige veelgenoemde trucjes werken in de praktijk een stuk minder goed dan je hoopt.
Waarom slakken juist in het najaar zo actief zijn
Slakken zijn geen zomerdieren. De droge, warme maanden zijn voor hen lastig, ze verstoppen zich dan onder stenen, in spleten, diep in de grond. Pas wanneer de nachten vochtiger worden en de temperatuur zakt naar die aangename tien tot vijftien graden, komen ze massaal tevoorschijn. Hun lijf bestaat voor zo’n tachtig procent uit water, dus droogte is letterlijk dodelijk.
In de herfst valt er meer regen, dauwt het ‘s ochtends flink, en blijft de grond langer nat. Perfecte omstandigheden. Daarbij komt dat slakken in deze periode eitjes leggen voor het volgende jaar, ze hebben dus extra voedsel nodig. Een combinatie van honger, ideaal weer en voortplantingsdrang maakt het najaar tot hun actiefste seizoen.

Wat ik zelf heb gemerkt: na een droge september had ik nauwelijks last. Maar vorig jaar, toen het wekenlang motregende, waren de slakken niet te stoppen. Het weer bepaalt meer dan welke maatregel dan ook.
Welke planten ze het eerst aanvallen
Niet alles in je tuin is even aantrekkelijk voor slakken. Hostas zijn berucht, net als tagetes, ridderspoor en jonge slaplanten. Mijn dahlia’s blijven vrijwel onaangetast, terwijl de basilicum op dezelfde plek binnen een nacht kaal kan zijn. Slakken hebben voorkeuren, al lijken die soms willekeurig.
Wat ze vooral zoeken: zachte, sappige bladeren zonder sterke geur of bittere smaffen. Jonge zaailingen zijn kwetsbaarder dan volgroeide planten, simpelweg omdat het blad dunner is. Een truc die bij mij werkt: zaailingen pas uitplanten als ze steviger zijn, met minstens vier echte bladeren. Dat geeft ze een voorsprong.
- Hostas, slakrozen en tagetes zijn favoriet
- Jonge groentezaailingen (sla, kool, courgette) worden het eerst aangevreten
- Planten met harige of leerachtige bladeren blijven vaker gespaard
- Kruiden als rozemarijn, tijm en lavendel mijden slakken meestal
Wat werkt: biervallen en handmatig verzamelen
De bierval is een klassieker, en hij werkt. Niet perfect, maar merkbaar. Je graaft een bakje of jampot in tot aan de rand, vult het met goedkoop pils, en de slakken kruipen erin. Ze verdrinken. Klinkt simpel, is het ook. Wat ik heb geleerd: zet de rand een centimeter boven de grond, anders verdrinken er ook loopkevers die juist slakken eten. Contraproductief.
Handmatig verzamelen werkt het best op vochtige avonden, een uur na zonsondergang. Met een zaklamp en een emmer met sop kun je in een kwartier tientallen slakken vangen. Niet het leukste klusje. Maar effectief. Doe het drie avonden achter elkaar en je merkt verschil.
Mijn buurman zweert bij koffiedik rond zijn planten. Ik heb het geprobeerd, eerlijk gezegd zonder duidelijk resultaat. Misschien was het te weinig, misschien spoelde het te snel weg. Het is geen methode waar ik op vertrouw.
Koperen ringen en barrières: werkt het echt?
Koper zou slakken afstoten omdat het reageert met hun slijm en een licht elektrisch effect geeft. In theorie klinkt dat logisch. In de praktijk zijn de resultaten wisselend. Smalle koperen tape werkt nauwelijks, slakken kruipen er gewoon overheen als het nat genoeg is. Bredere koperen ringen, minstens vijf centimeter, lijken beter te werken.
Bij ons in de tuin heb ik koperen ringen rond twee hostas gezet. Eén bleef vrijwel ongeschonden, de andere werd alsnog aangevreten. Geen idee waarom. Misschien zat er een blad tegen de ring waardoor ze toch konden passeren, misschien waren het andere slakken. Het is geen garantie, meer een extra hindernis.

Schelpengrit en eierschalen worden vaak genoemd als barrière. De scherpe randen zouden slakken tegenhouden. Mijn ervaring: bij droog weer werkt het enigszins, bij regen totaal niet. De slakken glijden er gewoon overheen op hun slijmlaag. Ik zou er geen geld meer aan uitgeven.
Natuurlijke vijanden uitnodigen
Dit is voor mij de meest duurzame aanpak, al vraagt het geduld. Egels eten slakken, net als padden, loopkevers en sommige vogels. Een tuin die deze dieren aantrekt, heeft op termijn minder last. Dat betekent: rommelhoekjes met takken en bladeren, een ondiepe waterbak voor vogels en egels, geen gif dat de hele voedselketen verstoort.
Sinds wij een stapel oude dakpannen in een hoek hebben liggen, zie ik vaker padden. En ja, de slakkendruk is minder dan bij de buren die een strak gazon hebben. Toeval? Ik denk het niet.
- Laat een hoek van de tuin wat wilder, met bladeren en takken
- Plaats een ondiepe schaal water op de grond voor egels
- Vermijd slakkenkorrels met metaldehyde, die zijn ook giftig voor egels
- Loopkevers gedijen in bodembedekkers en mulchlagen
Slakkenkorrels: wanneer wel, wanneer niet
Ik gebruik liever geen gif in de tuin, maar ik begrijp dat mensen soms wanhopig worden. Als je toch korrels wilt gebruiken, kies dan voor middelen op basis van ijzer-III-fosfaat in plaats van metaldehyde. IJzerfosfaat breekt af tot ijzer en fosfaat, stoffen die al in de bodem voorkomen. Metaldehyde is giftig voor huisdieren, egels en vogels.
Strooi spaarzaam, niet meer dan vijf korrels per vierkante meter. Meer helpt niet beter en vergroot alleen de kans dat andere dieren ervan eten. En weet: korrels lossen het probleem niet structureel op. Zodra je stopt, komen de slakken terug als de omstandigheden gunstig blijven.
Wat ik zelf doe in het najaar
Mijn aanpak is een combinatie. Begin september controleer ik de tuin op verstopplekken: oude planken, stenen die los op de grond liggen, overvolle borders waar het vochtig en donker is. Die ruim ik op of ik leg er bewust een plank neer die ik elke paar dagen omdraai om de slakken te verzamelen.
Kwetsbare planten krijgen een brede ring koperen tape, meer als experiment dan als zekerheid. De biervallen zet ik neer zodra het een week achter elkaar regent. En op natte avonden loop ik een rondje met de zaklamp. Het is niet glamoureus. Maar mijn hostas zien er beter uit dan drie jaar geleden.
Wat ik heb losgelaten: het idee dat je slakken volledig kunt uitroeien. Ze horen bij een gezonde tuin, in kleine aantallen. Het gaat erom de balans te bewaren, niet om een steriele border. Een paar gaatjes in een blad vind ik niet erg. Een kaalgevreten plant wel. Dat verschil bepaalt hoeveel moeite ik doe.







